Jens mapt #5. Labels

Jens Kimmel (31) gelooft in de commons. In Oost zette hij buurtparlement Op de Stip op. Toen ontmoette hij Sophie. Sindsdien werkt hij met Commons Network. Hij schreef mee aan het Urban Commons onderzoek en nu brengt hij de commons in kaart. Letterlijk. Elke maand schrijft hij hier over zijn ontdekkingen. 

De vraag die zich de laatste weken aan me opdrong was: hoe nuttig is categorisering? Als het gaat over het in kaart brengen van de commons een hele relevante vraag.

Wanneer je een kaart maakt met informatie erop, heb je categorieën nodig. De kaart verliest zijn overzichtelijkheid en daarmee waarde als er geen onderscheid wordt gemaakt tussen wat je op die kaart ziet. Een grote vijver van informatie waar je zelf maar in moet gaan vissen. Niet handig, dus.

Aan de andere kant passen veel commonsinitiatieven niet in een enkel hokje. Dat is precies een van de dingen die ik aankaartte toen ik dit onderzoek schreef. Overheden hebben de neiging de wereld onder te verdelen in scherp afgekaderde domeinen: welzijn, cultuur, duurzaamheid, energie, wonen, democratisering, transport, etc. Allemaal schijnbaar losse en onafhankelijke hokjes. Sommige commonsinitiatieven passen prima in zo’n hokje, zoals de energiecoöperaties van bijvoorbeeld het GWL-terrein of Amsterdam Energie in ‘energie’ zouden vallen. Maar andere niet.

Vaak wanneer een gebouw – Ru Paré of Nieuwland bijvoorbeeld – of de publieke ruimte – Voedseltuinen IJplein of het Domela Nieuwenhuisplantsoen bijvoorbeeld – in samenbeheer is door een groep burgers, lopen er meerdere
categorieën door elkaar heen.

Als ik Hans Krikke de vraag stel welk functie het meest bij Ru Paré past merkt hij terecht op: “je probeert me in een hokje te duwen”. Ik besef me dat ik denk als de gemeente Amsterdam voor wie ‘armoedebestrijding’, ‘integratie’, en ‘kunst en cultuur’ strict gescheiden zaken zijn. Bij Ru Paré en veel andere commonsinitiatieven vallen ze samen. De les: we moeten met de volledige reikweidte van de commons werken in plaats van het in hokjes te proppen.

Dit neemt niet weg dat we, in naam van de gebruiksvriendelijkheid, een paar categorieën gaan gebruiken op de kaart. Op dit moment deze zes:

  • Wonen
  • Energie
  • Voedsel
  • Publieke ruimte
  • Socio-cultureel
  • Digitaal

Wat denk jij? Mooi of kan het beter? We zijn benieuwd. Reageer hieronder of via info@demeent.eu.

15 APRIL, 20:00: COMMONS&KOLA – DE RADICALE COMMONS

Op 15 april is de eerste Commons&Kola, dé debat en netwerkbijeenkomst voor commoners. Maandelijks behandelen we een ander relevant thema op een andere locatie. Op maandagavond 15 april trappen we om 20:00 af in NieuwLand in de Dapperbuurt in Amsterdam met als thema De Radicale Commons. Zien we je daar?

Designer, onderzoeker en activist Selçuk Balamir heet ons welkom in woon-werkgemeenschap, huiskamer van de buurt en activistencentrum NieuwLand en vertelt hoe een radicale commons onderdeel kan zijn van de bredere gemeenschap van de buurt.

ADM-er van het eerste uur Hay Schoolmeesters komt vertellen wat er met een commons kan gebeuren als de overheid die laat vallen, en hoe de samenwerking tussen commons en de overheid er ook uit zou kunnen zien.

Wereldburger, onderzoeker, schrijver, spreker maar bovenal commonista in hart en nieren Sophie Bloemen geeft een korte reflectie op wat er gezegd is.

Voor de actievelingen beginnen we de avond met een map jam, waarin we samen letterlijk de Amsterdamse commons op de kaart zetten voor het project Mapping the Commons, en sluiten we de avond af met een ‘fishbowl’ waarin we de discussie aangaan en onderwerpen op papier zetten voor de agenda van de eerste Nederlandse Commons Assembly.

Jens mapt #3.

Jens Kimmel (31) gelooft in de commons. In Oost zette hij buurtparlement Op de Stip op. Toen ontmoette hij Sophie. Sindsdien werkt hij met Commons Network. Hij schreef mee aan het Urban Commons onderzoek en nu brengt hij de commons in kaart. Letterlijk. Elke maand schrijft hij hier over zijn ontdekkingen. 

De commons-ontdekkingsreis in de stad gaat verder. Met hulp van Soheila Najand (Coöpolis) en Selcuk Baramir (Nieuwland) die ik de afgelopen weken sprak. Coöpolis is een netwerk van commons-initiatieven en Nieuwland is een commons in de Indische Buurt waar een collectief van 12 mensen woont en het pand beheert.

Ik kom erachter dat taal ontzettend belangrijk is. Zeker in een ontluikende beweging als die van de commons. Selcuk vertelt dat volgens hem de taal voor een commons-wereld nog grotendeels ontbreekt. “Kijk maar naar het woord ondernemer. Het enige echte script dat er ligt bij het horen van dat woord is dat van de ondernemer die op eigen kracht miljonair wordt.” Welke zelfstandige naamwoorden bestaan er voor mensen die ook ‘ondernemer’ zijn maar dan in naam van de gemeenschap en niet voor eigen gewin? Welke werkwoorden bestaan er voor de postkapitalistische variant van ‘ondernemen’? Selcuk stelt voor: ondergever. Vat dit de energie van een ‘ondernemer’ én de gemeenschappelijke benadering?

De Lucas Community, een zorg-commons in Amsterdam Osdorp heeft een andere suggestie: bewondernemer.

Ook besef ik dat woorden in een kapitalistische systeem gemakkelijk subject worden aan coöptatie. Een goed voorbeeld is het woord participatie dat een decennium geleden een instrument werd van de neoliberale overheid. Een ander is het woord duurzaamheid, waar inmiddels de meest niet-duurzame bedrijven, denk aan Shell en Unilever, massaal op zijn gedoken. Mijn advies: kijk kritisch naar alles wat commons pretendeert te zijn.

Deze alertheid over taal is relevant bij het ‘mappen’. We moeten ergens de grens trekken tussen wat wel en niet commons is en dan is alertheid sowieso geboden. Een gesprek met een commoner maakt veel duidelijk, blijkt ook nu weer.

Volgende keer tackle ik de kwestie van eigenaarschap. Stay tuned!